Aanmelden voor nieuwsbrief

De geschiedenis van Delft is nooit af

27 maart 2016

In maart verscheen het tweede en laatste deel van de Geschiedenis van Delft. Hoofdredacteur Gerrit Verhoeven blikt terug op een project van jaren. Drie jaar lang mochten Ingrid van der Vlis en ondergetekende hier maandelijks verslag doen van het werk aan de stadsgeschiedenis. In november 2015 en maart 2016 verschenen onze boeken, samen bijna duizend bladzijden. Een mooi moment om eens terug te kijken.

De geschiedenis van Delft is nooit af

Een thuiswever aan het werk, tussen 1650 en 1655 in beeld gebracht door de Delftse tekenaar en schilder Leonard Bramer. Het kind links werkt aan een spinnewiel. (Leiden University Library, PK 3805 042).

Klein begonnen

Net als de stad Delft is ook het project stadsgeschiedenis klein begonnen. Acht jaar geleden gingen binnen de historische vereniging Delfia Batavorum stemmen op om Delft eindelijk eens te voorzien van een moderne geschiedschrijving. Terwijl over de ene na de andere plaats een mooi standaardwerk verscheen, bleef Delft jammerlijk achter. Dat gaf natuurlijk geen pas voor een stad die zich onder meer profileerde met zijn rijke cultuurhistorie. Er werd een stichting opgericht voor het maken van plannen en het bijeenbrengen van de benodigde financiële middelen. Een onvoorziene complicatie was het uitbreken van de crisis in 2008, waardoor de fondsenwerving moeizaam op gang kwam. Het is te danken aan het doorzettingsvermogen van het bestuur dat het uiteindelijk toch is gelukt om het project van de grond te krijgen. In de zomer van 2012 konden de auteurscontracten worden getekend en gingen we vol goede moed aan de slag.

Vooral in het begin is het werk aan zo’n boek een vrij eenzaam avontuur. Je leest meters literatuur en je brengt vele dagen door in archieven om bronnenonderzoek te doen. De meeste tijd zit je achter je computer teksten te schrijven en te herschrijven. Naarmate het werk vordert, worden de contacten met de buitenwereld juist weer intensiever. Je discussieert over lastige punten met andere onderzoekers en bespreekt je concept-teksten met kritische meelezers. Vanaf medio 2014 begon bovendien het overleg over de uitgave zelf. Met welke uitgever ga je in zee, hoe groot worden de boeken, in welk lettertype wordt de tekst gezet, hoeveel illustraties mogen erin? Uiteindelijk viel de keuze op uitgeverij WBOOKS. Voor de beeldredactie zochten we samenwerking met Eelco Beukers, die een schat aan ervaring op dit terrein meebracht. Hij slaagde erin om veel onbekend illustratiemateriaal op te diepen. Alle keuzes werden intensief besproken en ook het maken van bijschriften was teamwork.

Hoe goed iedereen ook zijn best doet, er zijn bij zo’n megaproject altijd dingen die mislopen. Een tikfout is gauw gemaakt en zelfs na drie keer controleren blijven er schoonheidsfoutjes onopgemerkt. Op de website van Archief Delft staat een pdf-document met correcties en aanvullingen op het eerste deel. Dat kunnen lezers desgewenst printen en in het boek leggen. De meeste vergissingen zijn niet bijzonder hinderlijk, maar eentje springt eruit. Op bladzijde 290 had een afbeelding moeten staan van een wever met zijn hulpje. In de laatste fase van de boekproductie is hier per ongeluk de tekening van de schoolmeester met een leerling geplaatst die ook al op bladzijde 265 staat. Bij dit artikel staat de correcte afbeelding. Zo nodig wordt ook voor deel 2 zo’n pdf-document gemaakt, dat via dezelfde website kan worden gedownload.

Schrijven is schrappen

Het moeilijkste onderdeel van het maken van een boek als dit is niet het vinden van voldoende materiaal. Natuurlijk, vooral voor de vroegste geschiedenis moet je wel eens worstelen om je verhaal rond te krijgen en is het lastig passende illustraties te vinden. Maar naarmate je verder in de tijd komt, moet je juist steeds vaker kiezen uit overvloed. Telkens rijst de vraag wat je opneemt en wat niet. Dat geldt zowel voor de tekst als voor de illustraties. En de boeken zijn dan wel groot en dik, maar het aantal bladzijden is toch eindig. Een keuze voor het ene onderwerp of plaatje betekent per definitie dat iets anders zal moeten wijken. Net als wijzelf hebben ook de lezers het daar wel eens lastig mee. Verschillende mensen lieten ons weten het jammer te vinden dat er weinig of niets over een bepaald onderwerp of persoon in staat. Maar wie ooit zelf iets heeft geschreven, weet dat compleetheid niet bestaat. Ons doel was dan ook niet een encyclopedie waar “alles over Delft” in staat. Wij wilden een goed toegankelijk verhaal schrijven, in het volle besef dat andere auteurs vast en zeker andere accenten zouden leggen. Geschiedschrijving is net als de geschiedenis zelf: het verhaal is nooit af.

Enthousiasme bij voormalig DSM medewerkers

Veel enthousiasme voor ons project bij de presentatie op de jaarlijkse landelijke DSM seniorendag